Donderdag. 19 juli 2001, dag 10. Zuid-Frankrijk.
Hiep hoera, zus Yvonne is jarig!
Vanochtend was het weer de traditie van inpakken en wegwezen. Snel ontbijten en rond 09:45 uur in de auto richting Nant, Cantrobe. Het was even druk in het begin, want aanstaande zondag wordt de 14e etappe van de Tour de France op die weg gehouden, en iedereen heeft dan ineens ‘iets’ met deze weg.
Onderweg, net voorbij Albi hebben we nog even getankt en heb ik daar het meest gore toilet van heel Frankrijk ontdekt. Dat is de enige boodschap die ik hierover wil achterlaten.
In het begin van de middag nog even gestopt in St. Affrique voor koffie en een tosti. In tegenstelling tot de goddelijke tosti’s in Lourdes, kwamen de tosti’s van vandaag uit de magnetron-hel! Yuck. Petra heeft het niet op kunnen eten. Het leek wel nat brood dat je zat te eten.
Onderweg een enorme regenbui op ons (auto)dak gehad en rond 15:30 uur reden we de camping op. De eerste indruk: voortreffelijk! Heel mooi. De plek waar we zitten is heel beschut en best wel privé. De omgeving hier is ook mooi.
‘s-Avonds op de camping bij de pizzeria gegeten. Er zijn hier wel heel veel Nederlanders. Alsof we in Maastricht zitten. Wel ligt de camping op een steile helling. Het is een enorme klim naar de tent. Gelukkig zijn de toiletten en washokken niet al te ver van ons plekje.
We zitten nu aan een rood wijntje. Jan gaat zo de kids in de juniortent dumpen en daarna weer verder met cryptogrammen van Meulendijk. Een nieuw soort hobby van ons. Morgen gaan we naar de markt in Millau en daarna naar rotsformaties met rare en ongewone vormen …

