Karpathos, dag 7.

Vanmorgen hebben we heerlijk uitgeslapen. Het is tenslotte zondag en tevens onze laatste volledige dag op het Griekse eiland. We nemen het ervan, want morgenochtend moeten we om 09.30 uur klaarstaan bij het hotel om naar het vliegveld te worden gebracht. Na het inmiddels bekende ochtendritueel van douchen (náást een te lauwe of te hete pisstraal) zijn we richting de boulevard gelopen voor ons ontbijt. Vandaag was Nuevo aan de beurt. Eerder deze week hadden ze ons al een diner voorgeschoteld, dus mochten ze dit keer hun ontbijtskills laten zien. Edo koos voor een Griekse omelet en ik voor tonijnsalade op twee broodjes. Prima te doen!

Na het ontbijt hebben we nog een paar kleine inkopen gedaan en zijn we teruggegaan naar het hotel en het zwembad. Daar heb ik mijn dagelijkse twintig baantjes verdubbeld naar veertig, waarmee ik precies één kilometer achter elkaar heb gezwommen. Het zwemmen bevalt me eigenlijk zo goed dat ik hier op Karpathos heb besloten een abonnement te nemen op het zwembad in Almere. Dat heb ik later op de hotelkamer online geregeld, zodat ik vanaf komende dinsdagavond twee keer per week baantjes kan gaan trekken.

De late middag hebben we opnieuw relaxt op de hotelkamer doorgebracht. Daar hebben we ons alvast ingecheckt voor de vlucht naar Nederland van morgen. Na een korte siësta zijn we in de vroege avond voor de laatste keer naar de boulevard gelopen om te dineren. Deze avond kozen we opnieuw voor Mama Maria, toch wel Edo’s favoriet. Ik nam een plak gebakken feta met honing en Edo koos voor Griekse kaaskroketten, die eruitzagen als biljartballen. Als hoofdgerecht namen we beiden stifado: gestoofd rundvlees met baby-uitjes. Een heerlijk laatste avondmaal op dit eiland.

Na het diner gingen we voor de allerlaatste keer naar de ijssalon, waarna we op ons gemak langs enkele souvenirshops zijn gekuierd. Ook even een kort bezoek aan de Evangelístria-kerk. Deze was vandaag open voor bezoek. Hier hebben we ook een paar kaarsjes aangestoken… Vervolgens terug naar het hotel, waarbij we onderweg ook voor de laatste keer de steile opgang hebben getrotseerd. Nu zitten we nog even op het balkon, allebei in onze onderbroek, want de temperatuur buiten is nog prima én al onze kleren zitten inmiddels weer in de koffers. De reiskleding voor morgen ligt klaar. Nu nog de laatste wijn opdrinken en dan bijtijds naar bed. Morgenochtend gaat de wekker.

Geen idee welke voor onze douche is.
Ontbijt bij Nuevo.
Een deel van de steile helling.
Zwemmen. Een nieuwe hobby?
IJsje eten bij Dolce Gusto.
Een kort bezoek aan de Evangelístria-kerk.
Toch even een kaarsje aangestoken.
De laatste klim.

Karpathos, dag 6.

Vanmorgen ging de wekker iets eerder dan de afgelopen dagen. Een hardlooprondje stond in de planning. Zo wil ik minimaal één keer een rondje lopen op mijn vakantiebestemming. Even later in de ochtend was het weer praktisch douchen en op tijd naar buiten voor een ontbijt buiten de deur. Vandaag niet naar La Corte, maar naar CUP, een eindje verderop, meer binnen het stadsgebied dan aan de boulevard, zeg maar. Hier reden ook meer auto’s dan we gewend waren. Een clubsandwich met gratis benzinedampen. Juist alleen op vakantie heeft dat wel iets. Overigens had ik bij aanvang van het ontbijt een kort benauwd moment. Ik stikte serieus bijna in een stukje patat. Zo zie je maar: patat als ontbijt wordt bij mij meteen bestraft.

Na het ontbijt zijn we terug naar het hotel gegaan en hebben we bij het zwembad gezeten tot 12.00 uur, want toen werd de rental opgehaald. Dit ging zonder problemen; deze zag er nog precies zo uit als toen we hem een paar dagen geleden meekregen. Hierna hebben we ons vertier weer bij en in het zwembad gezocht tot we een beetje trek kregen. Snel omkleden in iets wat meer toonbaar is voor de buitenwereld, want in zwembroek en slippers de stad in lopen vind ik zo not done. Lunchen deden we dit keer dan toch bij La Corte. Ik nam, net als gisteren, een caesarsalade, maar deze vond ik minder smakelijk dan die van gisteren bij Mama Maria. De stukjes kip in de salade waren een soort uit de kluiten gewassen kipnuggets. Leuk voor een keer, maar niet voor herhaling vatbaar.

In de middag zijn we weer, net als de afgelopen dagen, bij het zwembad gaan liggen en hebben we hier rustig de tijd doorgebracht. Later gingen we naar onze hotelkamer voor een korte siësta, om daarna weer de stad in te gaan, op zoek naar een leuk etablissement waar we lekker konden eten. Daar slaagden we maar gedeeltelijk in. We streken neer bij Anemoussa, het restaurant halverwege de trap met het iconische bootje. Het voedsel was vooral Italiaans georiënteerd, maar ach, op vakantie mag je weleens culinair vreemdgaan.

En daar zit meteen de angel: vreemdgaan wordt nooit positief beloond. Het voorafje was nog oké, hoewel we dit allebei met enig tijdverschil kregen. Raar wanneer je eerst een paar minuten moet wachten met eten, omdat dat van je partner nog moet komen. Daarnaast had Edo spaghetti bolognese besteld en kreeg hij uiteindelijk tagliatelle al ragù. De bediening was compleet ruk. Ze wilden mijn bord al afruimen terwijl Edo nog zat te eten. Edo veranderde voor een kort, maar duidelijk moment in een pitbull, waarop de bediening mijn bord maar liet staan.

Het zal geen verrassing zijn dat er meteen om de rekening werd gevraagd en deze ook zonder fooi werd voldaan.

Na deze bijzondere ervaring zijn we naar de ijssalon gewandeld om daar het toetje te bestellen en zijn we kuierend en ijsetend langzaamaan richting het hotel gelopen. Hier zitten we nu op het balkon. Edo leest een boek en ik schrijf dit stukje. De wind is heel wat minder dan gisteren, dus blijven we hier nog wel even zitten…

Club Sandwich.
In afwachting van de autoverhuurder.
Onderweg naar lunch even langs het politiebureau.
Lunch bij La Corte.
Lunch bij La Corte 2.
Doorkijkje.
Spaghetti Bolognese maar-niet-heus.

Karpathos, dag 5.

Bij het wakker worden merkte ik al snel dat er iets anders was dan normaal. Mijn iPhone had geen wekkerdisplay, de tv stond niet meer op stand-by en zelfs de sleutelhanger in de muurhouder, die de stroom in de kamer activeert, was uit. Stroomstoring. Net wakker uit een droom werkt mijn realiteitszin niet optimaal, dus binnen een paar seconden schoten er allerlei doemscenario’s door mijn hoofd. Rond half acht hoorden we de koelkast aanslaan en zag ik dat de tv weer op stand-by sprong: er was weer stroom. Een snelle online check leerde dat het om een geplande onderbreking van het elektriciteitsnet ging. De Griekse netbeheerder bevestigde dat er werkzaamheden waren. Al mijn doemscenario’s konden de prullenbak in. Gelukkig maar, want doemdenken kan ik als de beste.

Na een korte douche stond ik alweer aangekleed klaar om buiten de deur te gaan ontbijten. Omdat het ontbijt van gisteren na twee mindere ochtenden eindelijk goed was bevallen, besloten we opnieuw naar Le Corte te gaan. Wederom een succes. Misschien morgen weer, maar je weet maar nooit waar we dan zin in hebben. Na het ontbijt kochten we wat water voor de roadtrip die we vandaag wilden maken. Het plan was om naar het noordelijkste deel van de autoweg van Karpathos te rijden en onderweg wat kerken en kapellen te bezoeken. Zo gezegd, zo gedaan. Het was dezelfde weg als eergisteren: redelijk nieuw asfalt, veel geiten en bokken op en langs de weg, en genoeg tussenstops om het ritje aangenaam te maken.

Bij Kyra Panagia zagen we nergens het kapelletje met de rode koepel. Misschien reden we verkeerd, misschien lag het te goed verstopt. Hoe dan ook, om gedoe te voorkomen besloten we eerst helemaal naar het uiterste noorden te rijden en op de terugweg de kapelletjes te bezoeken. Na ruim een uur reden we voorbij Olympos, verder naar het noorden. Het wegdek werd minder modern en bij Avlona was eigenlijk alles minder. Smalle wegen waar je vurig hoopt geen tegenliggers te treffen — en precies dan werkt de wet van aantrekkingskracht: je komt de ene na de andere tegen. Manoeuvreren, inhouden, langs elkaar schuiven. Ons beste idee van dat moment: de passerende tegenligger volgen en terugrijden naar een normaal geasfalteerde weg.

Eenmaal terug op de hoofdweg konden we op de terugweg enkele kapelletjes bezoeken. Het eerste was Agios Konstantinos, waar het zo hard waaide dat ik mijn iPhone met twee handen moest vasthouden. Eén onoplettend moment en mijn vakantiefoto’s waren eerder thuis geweest dan wij. Daarna stopten we bij Parastrati, een opvallend grote kerk met rode koepel tussen Olympos en Spoa. Een bord vertelde dat de kerk particulier bezit is en ter nagedachtenis aan de ouders van de eigenaar werd gebouwd.

Nauwelijks hadden we de auto geparkeerd of er gebeurde iets merkwaardigs: uit alle hoeken en gaten kwamen geiten en bokken tevoorschijn. Binnen de kortste keren stonden we midden in een complete kudde, alsof onze komst was aangekondigd. Ze moeten het geluid van de auto hebben herkend en gehoopt dat er iets te eten viel. Het had bijna iets religieus: we kwamen voor de kerk, maar werden buiten opgewacht door de voltallige parochie. En zo te zien waren de bokken de ouderlingen. Reden genoeg om door te rijden.

Terug in onze tijdelijke woonplaats gingen we lunchen bij dezelfde plek als gisteren, Mama Maria. Dit keer geen Griekse salade voor mij: de rode ui proefde ik tot gisteravond laat bij elke ademhaling. Beetje overdreven, maar je begrijpt me. Dus werd het een Caesarsalade en garlic bread. Daarna kochten we wat kleine souvenirtjes en reden we de steile helling naar het hotel op. We lagen even in het zwembad — jawel, ik heb weer mijn twintig baantjes getrokken — en gingen daarna naar de kamer, want het waaide zo hard dat ontspannen bij het zwembad geen optie was.

’s Avonds reden we die paar honderd meter naar de boulevard. Als je een rental hebt, kun je hem net zo goed gebruiken; scheelt later die steile klim. Voor het avondeten liepen we naar Nuevo, waar je achter een doorzichtig plastic scherm uit de wind kon zitten. Bij andere terrassen waaiden servetten, glazen en alles wat los lag van de tafels. Edo nam uienringen, ik feta bites: een soort oliebollen met feta binnenin en sesamzaadjes in honing aan de buitenkant. Lekker, maar veel te veel als voorafje. Daarna kozen we allebei voor een American Burger — op z’n Grieks. Ook weer veel. Uiteindelijk kregen we alles op en konden we betalen. By card.

Mensen wennen snel aan rituelen en gewoontes, en wij zijn geen uitzondering. Dus gingen we nog even naar de ijssalon voor onze dagelijkse afsluiter. Daarna met de auto terug naar het hotel. Geen geklim voor ons; de rental deed zijn best en in no time waren we boven. Nu zitten we weer gezellig op het balkon. Het eten moet nog zakken, maar die paar wijntjes helpen goed mee. Welterusten voor straks, en tot morgen.

Vertrek vanaf ons hotel.
Onderweg naar het Noorden.
Een grauwe wildernis.
Overstekend wild.
Tot hier en niet verder.
Agios Konstantinos.
Interieur Agios Konstantinos.
Flinke woei!
De ‘geitenkerk’.
De voltallige parochie.
Terug in Pigadia.
Na het avondeten terug naar het hotel.

Karpathos, dag 4.

Vannacht had ik onrustig gedroomd. Er kwamen familieleden in voor die het aardse al jaren geleden voor het hemelse hebben verruild en toch weer heel aanwezig waren in mijn droom. Het zal ermee te maken hebben gehad dat het die nacht behoorlijk onstuimig was op het eiland. Flinke windstoten en veel dichtslaande deuren in het hotel. Gelukkig was het in de ochtend weer rustig geworden.

Na de voor ons inmiddels geroutineerde ochtendbezigheden (douchen, of wat daarvoor door moet gaan) zijn we bijtijds op pad gegaan voor een ontbijt buiten de deur. Na de teleurstellende ontbijtjes van de afgelopen dagen waren de verwachtingen hoog. We streken neer bij La Corte, waar we heerlijk van ons ontbijt genoten. De koffie was heet en mijn omelet met fetakaas en tomaat was goed warm en smaakvol. Wat kan een mens zich nog meer wensen bij het ontbijt?

Na het ontbijt liepen we even langs de supermarkt om onze watervoorraad aan te vullen. Daarna terug naar het hotel om vanaf daar met de auto aan ons avontuur van vandaag te beginnen. De bestemming was Kato Lefkos, waar Frangolimiona Beach ligt, een strandje waar het aangenaam zwemmen moet zijn. Na een rit van ruim een uur door een zeer divers landschap, van bosrijk gebied tot buitenaards aandoende vulkanische duinen, kwamen we aan op onze bestemming. Daar trokken we onze zwembroeken aan en doken meteen de zee in.

Nadat we heerlijk waren afgekoeld en enigszins door de zon waren opgedroogd, stapten we weer in de auto richting ons tijdelijke thuis, met hier en daar een korte stop bij kleine dorpjes. Zoals Finiki, een klein vissersdorpje aan de westkust. Hier zagen we tijdens een korte wandeling een opvallend monument bij de haven. Het herinnert aan zeven mannen die in 1944 vanuit Finiki met een klein bootje naar Alexandrië voeren om daar te melden dat Karpathos zich had bevrijd van de bezetters. Een behoorlijk heldhaftige onderneming als je bedenkt met wat voor bootje ze de Middellandse Zee overstaken.

Even later maakten we een tussenstop in Arkasa. Hier bezochten we de Ypapanti-kerk, waarvan de spierwitte klokkentoren met blauwe accenten hoog boven de omliggende huizen uitsteekt. De uit verschillende lagen opgebouwde toren deed mij vooral denken aan een enorme Griekse bruidstaart. Helaas was de kerk gesloten, waardoor we het interieur niet konden bekijken. Maar alleen die uitbundige bruidstaart van een klokkentoren maakte de wandeling ernaartoe al de moeite waard.

Hierna zijn we teruggereden naar Pigadia en hebben daar bij Mama Maria geluncht; Griekse salade met knoflookbrood en een koud biertje. Onderweg bij een supermarkt nog meer water en wat wijn voor vanavond, voor op het balkon, ingekocht. Hierna zijn we weer het zwembad bij het hotel ingedoken, waar ik weer de ‘nodige’ 20 baantjes heb getrokken om daarna te beginnen aan een derde lgbtq+-film (Freier Fall). Even tot aan het begin van de avond niets doen.

Edo vond dat er nogmaals een bezoek aan Mama Maria gebracht mocht worden, en aangezien ik momenteel in ‘vakantie-mode’ sta, vind ik meestal alles wel goed. Dus een wandeling naar het begin van de havenkom was snel gedaan. Vooraf had Edo baby shrimps besteld en ik Saganaki Cheese. Edo’s keuze bleek minder succesvol; in Griekenland pellen ze de garnaaltjes niet, maar gooien ze deze onbeperkt in de frituur. Dan kan je ze zo wegknabbelen. Edo niet, die eet trouwens niet met zijn handen. Mijn plak kaas was een betere keuze. Het was wel een beetje chewy, maar verder prima te eten. Voor het hoofdmenu hadden we beiden gekozen voor mixed grill. Dat is vaak ook de keuze bij bezoekjes aan Griekse restaurants in Nederland, dus waarom hier dan niet?

Met volle buik zijn we toch nog even naar de ijssalon geweest, en hebben we daar nog even relaxt gezeten, genietend van onze pagotó. Dan toch weer de klim naar ons hotel, waar we op het balkon nog van een wijntje genoten. Straks naar bed en morgen bijtijds opstaan. De laatste dag dat we de rental hebben.

Onderweg. Here we go!
Een kapelletje.
Frangolimiona Beach.
Klaar voor een verkoelende duik.
… en dóór!
Het momument in Finiki.
Bij de Ypapanti-kerk.
De Ypapanti-kerk in Arkasa.
Een korte tussenstop bij het 5 Oktober-monument.
Avondeten bij Mama Maria.

Karpathos, dag 3.

Vandaag was de dag waarop we voor het ontbijt buiten de deur gingen eten. Echt een eerste keer, want tot nu toe was het altijd logies en ontbijt, of zelf ontbijt maken in het appartement. Ik weet nog niet of dat ontbijten buiten de deur een succes gaat worden, want vanmorgen zaten we bij café Agnanti en daar was de koffie lauw, tegen koud aan. Bovendien moesten we te lang op ons ontbijt wachten, wat dan weer resulteerde in koud eten. Geen succes wanneer je pancakes met ei en bacon hebt besteld. Sommige gerechten moet je gewoon warm eten.

Een illusie armer en een ervaring rijker zijn we op zoek gegaan naar een car rental. Eerder hadden we al gezocht naar de beste autoverhuurders en voor ons was Manos Rentals de beste keuze. Deze bevond zich op loopafstand, maar eigenlijk is alles in Pigadia op loopafstand. De dame van Manos Rentals heeft ons bijzonder goed geholpen, waardoor we binnen een half uur in onze rental, een Renault Clio, zaten. Snel naar huis en dan het Griekse avontuur tegemoet!

Het plan was om naar Olympos te rijden, het stadje dat altijd als eerste wordt genoemd wanneer je vertelt dat je naar Karpathos gaat. Zo gezegd, zo gedaan. Wel moest er eerst nog getankt worden, maar het tankstation lag op de route. Ik heb het idee dat verdwalen op Karpathos een van de weinige dingen is die hier nauwelijks voorkomen. Het was een bijzondere rit naar het noorden. Het asfalt is redelijk nieuw en de geiten en bokken die onderweg langs en op de weg staan, vormen een extra attractie.

Bij Olympos aangekomen vonden we al snel een parkeerplek en konden we de must-see van Karpathos gaan bekijken. Ik zal niet zeggen dat het teleurstellend was, maar doordat iedereen steeds zei: “Moet je bezoeken!”, had ik wellicht iets meer verwacht. Het is een gezellig oud stadje, maar in principe loop je door een lint van toeristische winkeltjes tot aan de kerk boven in het stadje.

Daar besloten we iets te gaan eten. Schuin tegenover de kerk vonden we een traditionele taverna, gerund door de familie Chatzipapas. Hier hebben we een traditioneel gerecht genomen met verschillende plaatselijke specialiteiten, waarvan ik de namen nu alweer ben vergeten. Hierna weer terug naar de auto en onderweg wat korte bezoekjes gebracht aan kleine kapelletjes. Bij een kapelletje vond God dat ik nederig moest buigen, want het afstapje stond niet in verhouding tot de hoogte van de betonnen rand boven de deur. Daardoor stootte ik mijn hoofd enorm en viel ik dus bijna knielend ter aarde.

Geen bloed of blijvende schade. Tegen de tijd dat we bij de auto aankwamen, was de pijn in mijn hoofd zo goed als verdwenen. Dezelfde weg terug naar ons hotel, er is tenslotte maar één snelweg op het eiland, en even na 15.00 uur lagen we alweer in het zwembad. Wederom twintig baantjes getrokken en hierna op het bedje nog een andere lgbtq+-film, Plainclothes, uitgekeken. Daarna nog even een siësta op de hotelkamer gehouden.

In de avond zijn we gaan uit eten bij Sofia’s Place. Ook volgens de Karpathos-deskundigen een andere must-see-must-experience! Ik moet toegeven: een terechte must-beleving. Het eten is er prima, de bediening net zo goed en Sofia zelf is de drijvende kracht achter dit eetetablissement. Ook wij, als verse Karpathos-deskundigen, willen adviseren Sofia’s Place te bezoeken. Maar misschien belanden we morgen weer ergens anders en hebben we dan een nóg betere tip!

Na het eten zijn we teruggelopen naar het hotel en hebben we wederom de steile wegen beklommen. Nu zitten we weer heel relaxt in onze blote bast op ons balkon te genieten van deze zomerse avond in september.

Vaak de basis van een goed begin.
Onderweg naar het Noorden.
Overstekende geiten en bokken.
Olympos.
Even onthouden welke rental van ons is.
Aan het begin van de stad Olympos.
Drie Griekse katten.
De kerk.
Plafond in kerk.
Jezus met verlicht kruis.
De traditionele mix.
Overheerlijk toetje!
Nog even wat souveniers gekocht.
De kapel met een te lage deurpost. Auw…

Karpathos, dag 2.

De dag begon zoals een echte eerste dag op vakantie hoort te gaan. Wakker worden zonder wekker en een beetje gedesoriënteerd zijn over waar je nu eigenlijk wakker bent geworden. Tot je al snel doorhebt dat je niet thuis bent, maar op je vakantiebestemming: het zonnige Karpathos.

Iedere eerste echte vakantiedag op bestemming begint voor mij met de verrassing der verrassingen: hoe gaat het douchen de komende dagen? Het was al geen verrassing dat de douchekop niet aan de muur bevestigd was, of bevestigd kon worden, want een haakje of houder ontbrak op de getegelde muur. Een echte handdouche dus. De douchestraal is wel oké, maar varieert van warm naar lauw en koud, in volstrekt willekeurige volgorde.

Eenmaal fris en schoon uit de badkamer mocht Edo het nieuwe ochtendritueel voor de komende week ervaren. Hierna was het rap naar het ontbijtzaaltje. Dat was krap en het aanbod mager. Er stond een bordje met ‘yoghurt’ op de balie, maar dat was ook het enige wat deze ochtend met yoghurt te maken had. Verder was er niets bijzonders te noemen. We overwegen serieus om de komende dagen buiten de deur te gaan ontbijten. To be continued.

In de ochtend hebben we een verkennend rondje door de stad gelopen. Karpathos-Stad is een ratjetoe van oud, nieuw en ondefinieerbaar. Nieuwe hotels in aanbouw naast hotelletjes in zwaar verval, omringd door braakliggende grond. Alsof niemand ooit echt een bestemmingsplan voor deze stad voor ogen heeft gehad. Het ene moment denk je dat het toerisme hier net is ontdekt, maar loop je vervolgens een hoekje om, dan waan je je in het Varosha van Karpathos: een toeristische trekpleister in verval. Ik denk dat dit altijd zo is geweest en dat het ook altijd zo zal blijven.

Onderweg hebben we boven de haven van Pigadia nog even een klein katholiek kerkhofje bezocht, waar de mensen hier niet in de grond liggen, maar worden bijgezet in graftombes. Ik vind een bezoek aan een kerkhof altijd wel bijzonder. Het heeft ook iets voyeuristisch, dat bekijken van graven en graftombes. Hoe oud is iemand geworden? En is de afbeelding op de steen, hier in Griekenland bijna standaard, uit een vroegere periode van iemands leven of is het de meest recente foto?

Tegen het einde van de ochtend hebben we geluncht bij Sonam in de havenkom. Smakelijk en voedzaam. Ik bestelde een spinazie-omelet op zuurdesembrood met feta, chorizo en tomaatjes. Heerlijk! Hierna wandelden we weer terug naar ons hotel. Dat ligt overigens op een zeer steile heuvel, waardoor we na iedere wandeling halfdood het hotel binnenlopen. Ik zal me de komende dagen dan ook geen enkel moment schuldig voelen over een calorietje extra tijdens het eten of drinken.

Eenmaal terug in het hotel zijn we even bij het zwembad gaan liggen en heb ik de nodige baantjes gezwommen. Het was een middag van luiheid. Na het zwembad hebben we een siësta van enkele uren gehouden. Tegen etenstijd zijn we eerst nog even onder de douche geweest. Hoewel, onder..? Ik ben er inmiddels achter wat het beste werkt. Ik houd de douchekop boven mijn hoofd, zeep mezelf in en spoel vervolgens met diezelfde douchekop en miezerige straal alles weer af. Het is je van het niet, maar het werkt efficiënt.

Na het douchen zijn we richting de boulevard gelopen, waarbij we eerst door een van de winkelstraatjes hebben gewandeld. Ik heb daar nog een lederen armband gescoord. Uiteindelijk zijn we bij Maxim neergestreken voor het avondeten. Het restaurantje is prima en populair bij Nederlanders. We konden de gesprekken aan de tafeltjes om ons heen probleemloos volgen. Vooraf had ik een variatie op gisteren: opnieuw feta uit de oven. Edo had mushrooms besteld, maar die bleken gewoon zwammen in knoflook te zijn. Smakelijk, maar alleen voor één keer. Verder nam Edo een mixed grill en ik ging voor een pepper steak. Die was verstopt onder een laag saus. Dat vind ik altijd zo’n tegenvaller. Een goede chef verstopt zijn creaties niet onder een laag saus. Lijkt mij.

Na het eten bij Maxim zijn we toch nog even bij ijssalon Dolcegusti Gelater langsgegaan. Een ijsje uit de ijssalon is toch altijd lekkerder dan een ijsje uit het vriesvak van de buurtsuper. Genietend van ons toetje zijn we richting het hotel gelopen, met een korte tussenstop bij onze buurtsuper voor water en wat bier voor morgenmiddag. We gaan morgen op zoek naar een huurauto en bij thuiskomst zullen we dorstig zijn.

Maar nu nog niet. Nu genieten we halfbloot op ons balkon van een wijntje, voordat de nachtrust ons opeist.

Een wandeling door de stad.
Gebouw en boot in verval.
Rustiek eet-etablissement.
Jezus.
Bijzonder.
Oud gebouw.
Lunch.
Het smaakt beter dan dat het eruit ziet.
Omringd door Nederlanders.

Karpathos, dag 1.

Vanmorgen ging de wekker weer op een onchristelijk tijdstip af. Gelukkig om de juiste reden: naar Schiphol voor een reis naar Karpathos! Ik had de avond ervoor alles al klaargelegd, waardoor het binnen een halfuur geregeld was: douchen, ontbijten en klaar voor vertrek. Aangezien ons vliegtuig om 07.30 uur zou vertrekken en je daarvoor ruim van tevoren aanwezig moet zijn, reden we om 04.30 uur vanuit Almere naar het vliegveld.

Eenmaal aangekomen bij Lang Parkeren ging het bijna automatisch. Koffers uit de kofferbak, auto op slot. Een korte wandeling naar de shuttlebus, bagage bij de drop-off achtergelaten en daarna langs de security naar dat gedeelte waar je parfum en drank goedkoper kunt aanschaffen. Wat ik op Schiphol trouwens nog nooit heb gedaan.

Voor het eerst in mijn Schiphol-ervaring mochten we na het boarden in een bus stappen om elders via een trapje het vliegtuig in te gaan. Geen wandeling door een slurf. Op de Griekse eilanden gebeurt dat vaker, maar daar sta je tenminste in de warmte. Hier stond ik een paar minuten te blauwbekken. Niet fantastisch, maar wel weer een ervaring rijker.

Het vertrek verliep verrassend op tijd. Om 07.34 uur reed het vliegtuig naar de startbaan en nadat ik in de lucht een interessante LGBTQ+-film (On Sera Heureux) had gezien, was het alweer bijna tijd om de landing in te zetten.

Eenmaal geland, bleek er op het eiland een flinke wind te staan. Hierover had ik al gelezen, maar iets inbeelden of daadwerkelijk ervaren is nogal een verschil. Gelukkig viel dat uiteindelijk wel mee toen we eenmaal aankwamen bij het hotel in Karpathos-stad. Ons hotel is simpel, zoals een tweesterrenhotel dat mag zijn. De kamer is voorzien van het minimale en, even gecheckt, de bedden zijn ook oké. Dat vind ik niet geheel onbelangrijk!

Na een korte ontdekkingsreis langs de boulevard van de stad, waarbij we bij een eettentje een omelet met ham en kaas én een groot lokaal biertje hebben genuttigd, hebben we de nodige boodschappen ingeslagen en zijn we heel even het zwembad van het hotel ingedoken. Ik heb daar volgens de Strava-app één kilometer (20 baantjes) getrokken, maar volgens mij was het eerder 500 meter.

In de avond zijn we weer naar de boulevard gewandeld en hebben we heerlijk Grieks gegeten bij Mamma Maria. Edo had vooraf garnalen in een Griekse saus en ik feta uit de oven met tomaten en pepers. Als hoofdgerecht hadden we beiden kippensouvlaki. Heerlijk. Op de terugweg naar het hotel hebben we nog een ijsje gescoord en bij onze inmiddels vertrouwde supermarkt een fles witte wijn gehaald.

Nu zitten we met een glaasje wijn op ons balkon. Het is nog heerlijk weer. We zitten in korte broek en blote bast te genieten van de zwoele zeelucht. Straks op tijd naar bed. We waren vanmorgen immers hartstikke vroeg uit de veren.

Zonder een slurf het vliegtuig ingaan.
Liquid Lunch. 😉
Een lommerrijk terras.
Een inmiddels bekend beeld uit de vele reistips.
Een kleurrijk terras.
Uitsloverij op vakantie.
Yamas!
Een wandeling over de boulevard.
Eén pistachio-ijsje.

Corfu, dag 7.

Tussen de laatste hoofdstukken van Cher’s autobiografie en een slokje ijskoffie merk ik hoe langzaam de tijd zich momenteel uitrekt. Alles voelt tegelijk belangrijk en onbelangrijk: de geur van zonnebrandcrème die mijn verbrande huid beschermt, het zachte gezoem van de airco in de verte en het kind dat het water stilletjes onderzoekt, alsof het een oceaan vol geheimen is. Af en toe kijkt het even om zich heen, alsof het zich afvraagt of iemand het wel waard vindt om naar zijn avontuur te kijken. Een musje landt op de rand van het zwembad en vliegt precies op tijd op, wanneer iemand een duik neemt.

En dan, tussen de luie zonnestralen door, glipt er een gedachte binnen: vanavond op tijd naar bed, want om even voor zes uur ‘s ochtends worden we opgehaald voor de transfer naar het vliegveld. Alsof mijn vader een zacht klokje in mijn hoofd heeft gezet. Een kleine, ongemakkelijke, praktische rilling in een dag die verder alleen van luieren en nietsdoen bestaat.

Dus lig ik hier nog even, zonnebril op de neus, en probeer ik deze laatste momenten vast te houden. Het zwembad glinstert alsof het glimlacht, de zon schijnt met de precisie van een ervaren ober die net je glas bijvult, en ik denk bij mezelf: dit is fijn. Het perfecte nietsdoen. Het kleine, stille slotakkoord van onze vakantie, net voordat het gewone leven, met zijn haast en agenda’s, ons weer inhaalt.

Toch is er ook een zacht vooruitzicht: volgende week zijn we vrij. Geen vliegtuig, geen resort, geen harde afspraken. Gewoon langzaam bewegen, in en om het huis, makkelijk en rustig, zoals het hoort na zulke dagen. Misschien een tijdschrift lezen in de tuin, een kop koffie die iets te lang blijft staan, een paar planten die eindelijk water krijgen. Het lijkt bijna een tweede vakantie, maar dan zonder zonnebrand en zwembadglinstering, en dat is eigenlijk ook prima. Het soort dagen waarvoor je niet eens een klok nodig hebt.

Corfu, dag 6.

Vandaag was een zeer relaxte dag. De huurauto hadden we gisteravond ingeleverd en vandaag hebben we bij en in het zwembad gelegen. Hoewel het vanmorgen heel druk was bij het ontbijt, waren de meeste gasten buiten de accommodatie op pad naar vakantievertier elders, waardoor het vandaag heel rustig was bij het zwembad. Ook de lunch hebben we hier genuttigd.

Ik heb de autobiografie van Cher tot over de helft gelezen; morgen de andere helft. In de loop van de middag, zo rond vier uur, kwamen de andere gasten druppelsgewijs terug van hun dagtochtjes en zochten ook verkoeling bij het zwembad. Er zijn hier veel Nederlanders, dus soms vang je gesprekken half op die je anders niet zou horen als deze in een onbekende taal werden gevoerd. Gelukkig heb ik AirPods met noise-cancelling.

In de avond zijn we, net als afgelopen maandagavond, naar Petra Beach Bar gewandeld. Ook dit keer koos ik hetzelfde als de vorige keer. Ik noem het een ingeboren voorkeur. Maar de tirosalade en de Sofrito zijn ook gewoon een vakantietraktatie. Dus waarom anders doen? Aangenaam detail: dit keer waren er geen muskieten.

Bij zonsondergang zijn we teruggewandeld. Eerst hebben we bij de buurtsuper een slaapmutsje ingekocht en daarna door naar ons terras, waar een vriendelijk en verkoelend briesje waait, terwijl ik nu aan de laatste regels van dit blog/verslag zit te tikken, en kijk uit over een vakantie die precies doet wat een vakantie moet doen: niets bijzonders, en dat vind ik genoeg.

Met de musjes bij het zwembad.
Zwemvertier op Corfu.
Bordje leeggegeten.
Edo bij zonsondergang.

Corfu, dag 5.

Hoewel ik er de afgelopen dagen niet echt zin in had, ben ik vanmorgen toch vroeg mijn bed uitgegaan om een stukje van vijf kilometer te gaan hardlopen. Voor het eerst deze week had ik de wekker gezet, en hoe grappig: ik werd vijf minuten vóór die wekker wakker. Het rondje ging me prima af: heen en weer naar het kleine strandje van gistermiddag. Na een half uur was ik alweer klaar. Eenmaal thuis begon ik pas écht te zweten. Alsof er sluisdeuren opengezet werden: het gutste uit al mijn poriën. Een douche (die het wederom aardig deed) was meer dan welkom.

Na het douchen was het nog even wachten tot het ontbijtmoment — het ‘voordeel’ van vroeg uit de veren gaan. Wederom een prima ontbijt gehad, met de nodige ergernis over de andere gasten en hun weinig sociale houding naar anderen toe. Voor vanmorgen stond een uitstapje naar het kasteel van Kassiopi op het programma. Geen stoere burcht meer, maar een verzameling muurresten waar de tijd zijn tanden in gezet heeft.

Boven wacht stilte, zeggen de reisgidsen. Negentien torens zouden er ooit gestaan hebben, al zijn ze moeilijk meer te tellen. Binnen de muren groeien olijfbomen die meer van standvastigheid weten dan mensen. Alleen: wij kwamen er niet. We reden eromheen met de auto, zochten een ingang die er niet leek te zijn. Later deden we hetzelfde rondje te voet, met hetzelfde resultaat. Het kasteel lag er, zichtbaar en zwijgend, maar ontoegankelijk, alsof het besloot voorlopig met rust gelaten te willen worden. Een luchtkasteel.

Na deze teleurstelling stapten we weer in de auto en reden we opnieuw naar het naaktstrandje. Dit keer dus niet te voet (je huurt zo’n auto niet voor niets) en dat scheelde ons blaren en blessures, die we gisteren wel hadden opgelopen op het kiezelstrand. Op het strandje was het rustiger dan gistermiddag en bleven we wat langer liggen. Maar de aanhoudende hitte dreef ons uiteindelijk terug naar de huurauto en daarna naar het zwembad van onze accommodatie. Ons tijdelijke thuis.

Tegen de avond hebben we ons opgefrist en zijn we in Acharavi uit eten geweest. Dit keer bij Woody’s, vlakbij het restaurant van gisteren, en gelukkig zonder wolkbreuk. We hebben weer lekker gegeten. Ik had opnieuw tirosalade (deze keer met een zurige smaak) en kipfilet in blauwekaassaus. De smaak was prima, maar de presentatie viel tegen: een onogelijke grijze saus die deed denken aan pus met stopverf. Daarbij lag mijn kipfilet volledig verstopt onder deze brei. Ik hou er niet van wanneer ik naar mijn vlees moet zoeken.

Na het eten hebben we op de terugweg de tank van de huurauto gevuld en, na een kort bezoek aan de buurtsuper, de auto officieel ingeleverd. De komende twee dagen zullen we te voet moeten doorbrengen, en dat is geen ramp. Wat ook geen ramp is, is dat ik straks voor het slapengaan géén wekker zal zetten.

Zonsopkomst op Corfu.
Hardlooprondje aan de kust.
Een baaitje bij Kassiopi.
De haven van Kassiopi.
Edo in het zwembad.
Tirosalade bij Woody’s
Zonsondergang op Corfu.