Cambodian Living Arts

Vrijdagavond in Phnom Penh. Warm, plakkerig, het soort lucht waar je in Nederland een waarschuwing voor zou krijgen. Ik zat in het theater naast het Nationaal Museum, op een stoel die nét te rechtop was om ontspannen te heten. Naast me een Franssprekende man die keek alsof hij per ongeluk bij de verkeerde voorstelling was binnengelopen. Zo’n blik van: liever had hij op zijn hotelkamer gezeten met de airco op standje Noordpool. Gezellig.

Voor de voorstelling liep er van alles door elkaar. Dansers, begeleiders, mensen met oortjes in waarvan ik dacht: die herken ik van de caissières bij de Jumbo in Almere. Dat soort universele accessoires die overal hetzelfde doen. Een beetje druk lopen, vooral met het druk doen zelf. Misschien is het iets Cambodjaans. Misschien verzin ik het ook maar. Ik ben tenslotte een gewone Nederlander die toevallig hier zit.

Toen het licht zakte en het eerste optreden begon – een dans over een geslaagde oogst, compleet met sierlijke bewegingen die ergens tussen ritueel en spel zaten – merkte ik dat ik rechterop ging zitten. Het was mooi. Op een eerlijke manier mooi. Geen spektakel, geen bombast. Gewoon mensen die iets doen wat ze al eeuwen doen, en dat met overtuiging.

Daarna volgde de Apsara-dans, zo’n traditionele Cambodjaanse uitvoering waar je even stil van wordt, ook al weet je niet precies waarom. Misschien omdat het traag gaat. Misschien omdat iedereen precies weet wat hij moet doen. Misschien omdat het lijkt alsof de tijd zelf even ophoudt.

Mijn lichte vooringenomenheid – die ik zorgvuldig had meegebracht, keurig ingepakt tussen mijn Nederlandse nuchterheid en mijn jetlag – kon meteen de prullenbak in. Het was ontroerend. Dat woord gebruik ik niet vaak, maar hier paste het. Zeker als je bedenkt dat tijdens het regime van Pol Pot bijna alle artiesten in dit land zijn omgebracht. Negentig procent. Wat er van cultuur overbleef, moest door een handvol overlevenden worden meegedragen. En dat zie je dan ineens voor je, in de beweging van een arm, het draaien van een pols.

Een uur duurde het geheel. Zestig minuten waarin dertig dansers de geschiedenis van een land uitbeeldden zonder er één woord bij te gebruiken. Van Khmer-dansen tot de optredens van etnische minderheden. En ik zat daar maar, in Phnom Penh, naast die Franse man die na een kwartiertje ook duidelijk ontdooide. Zijn gezicht kreeg kleur. Het leven kan raar lopen.

Als je ooit in Phnom Penh bent: ga. Niet twijfelen, gewoon gaan. Maar verwacht geen spektakel. Verwacht iets anders. Iets dat je niet precies kunt plaatsen, maar waarvan je later denkt: daar ben ik blij om.

Zoals dat soms gaat in het leven.

Onbekend's avatar

Auteur: Dray

Be kind.

Plaats een reactie