Samos, dag 6.

Vandaag na het ontbijt zijn we de huurauto ingestapt naar Phytagorio. Dit keer was het géén uitdaging. Na een rit van vijf minuten hadden we de Nissan Micra al geparkeerd. We wilden het standbeeld van Phytagoras zien (en ook fotograferen). Het beeld was ook zo gevonden. In het stadje zijn we ook nog naar een ruine geweest. Early Christmas Church stond er op de borden aangegeven. Ik voelde me er als in de videogame Uncharted. Ik was al op zoek naar verborgen gangen en schatten (niet echt natuurlijk)

Na het bezoek aan de ruine wilde Edo de Romijnse Baden bezoeken, of wat er nog van over was. Maar daar konden we niet eens in de buurt van komen. Toen zijn we maar het strand opgegaan en de zee ingelopen. Wel heel relaxt, tot ik zag dat er een school vissen rondzwom. Toen heb ik alleen maar wat staan pootjebaden.

Na het strandbezoek zijn we nog een rondje op het eiland gaan rijden. Via Chora naar Mesogeio en toen zuidwaarts richting Spatharaioi en dan door naar Iraio, aan de kust waar we hebben geluncht, aan het water, en waar Edo ook een hoedje heeft gescoord. Na dit korte bezoek zijn we doorgereden naar Pythagorio, en door naar het hotel, waar we nog even bij het zwembad hebben gelegen. Ik heb de biografie van Paul Simon uitgelezen.

Na het zwembadbezoek zijn we gaan douchen om opgefrist weer te gaan eten. Dit keer geen salade, maar een bord geitenkaas besteld. Heerlijk! Love it. Na het eten hebben we de huurauto voor het hotel geparkeerd en de autosleutels bij de receptie ingeleverd. Nu zitten we op het boventerras en ik zit aan de mojito. Nice. Nu ga ik even verder lezen in de autobiografie van Farley Granger. Daarna naar bed.

Aanwezigen

We zitten nu een paar dagen op het Griekse eiland Samos, vlakbij de oudste Europese haven in Pythogoreio, de geboorteplaats van Pythagoras (wiskundige: a2+b2=c2) en Epicurus (filosoof: ‘De dood gaat ons niet aan’). Na vier dagen van relaxen bij het zwembad zijn we aardig gewend aan dit actieve vakantieleven. Ineens niets doen kan heel vermoeiend zijn. Ik heb er overuren van slaap aan overgehouden.Ons verblijf ligt een beetje afgelegen van alles dat dichtbij ligt. Voor een bezoek aan een dorpje of een winkeltje aan de weg ben je toch al gauw drie kwartier aan de wandel. Daarom blijven we ‘thuis’ bij ons hotel. Samen met de andere hotelgasten. Zij komen voornamelijk uit Scandinavië, met een paar Vlaamse gasten en hier en daar een paar Nederlanders. Heel gemoedelijk en rustig.

Totdat het gezin uit de buurt van Rotterdam zich meldt. De vader en moeder en hun dochter van net geen twintig jaar laten onbedoeld weten dat zij op het eiland zijn gearriveerd, en de rust is onmiddellijk vertrokken. De moeder heeft een stem die de opstijgende vliegtuigen van het vliegveld even verderop met gemak overstijgt. Daarbij delen ze ook nog álles wat ze gaan doen.
‘Ik ga nu even mijn luchtbedje halen.’
‘Dat is goed. Ik ga de buurvrouw even appen dat we er zijn.’
‘Doe ‘r de groetjes. Ik ga straks het water in.’
En dat gaat zo maar door.

Het is niet alleen dat, maar ze denken ook alles te weten. Ze zijn nog geen 20 minuten aanwezig bij het hotel en moeder weet al zeker dat het pad naar het strandje verderop een klein stukje lopen is (wat zeker niet waar is) en de dochter, met een stem alsof ze zojuist acht slagroompatronen heeft geinhaleerd, vind alles super! Behalve dat wat haar vader zegt. Hij is al weggebonjourd naar een andere parasol. Wanneer hij meer dan eens een vraag stelt, wordt dit door de beide dames beantwoord met een lacherige ‘wat-moet-je-nou?’

Wanneer ik die vader was geweest, dan had ik een auto gehuurd en was meteen met beide wijven hier op het eiland een ravijn ingereden. Daarmee kom je in Nederland ook nog eens in het nieuws, vinden vrouw en kind hartstikke leuk! Maar nee, vader houdt zijn mond en lacht mee met de ongrappige grollen. Moeder beslist dan dat ze met zijn allen iets gaan eten bij de poolbar. Al weet ze nu al dat er niet veel keuze naar haar smaak zal zijn. De dochter denkt hetzelfde, en de vader houdt wijselijk zijn mond.

Bij terugkomt van de poolbar, is moeder -vanzelfsprekend, aan het woord. Ze wilde graag naar het strandje lopen, maar haar hoofdpijn is teruggekomen. Die van mij nu ook. Ondanks haar hoofdpijn tettert ze maar door en gaat ze dan toch met de dochter het pad naar het strandje, lager gelegen, bewandelen. Ik blijf nu zeker bij het zwembad zitten, want ik wil, en ik móet, haar ervaring hierover horen. Het pad is namelijk geen wandelpad. In een zeer steile gang naar beneden, loop je over losse keien, langs gevaarlijke prikkelbosjes.

Ik hoef niet lang te wachten. Na nog geen 10 minuten zijn ze terug.
‘Dat is niet te doen!’ roept ze naar haar man.
‘Nee, belachelijk,’ voegt de dochter toe.
Moeder wilt de huurauto een dag naar voren verplaatsen, want ze is echt geen zwembadmens. Waarop de dochter toevoegt dat haar moeder een echt strandmens is.
Ik glimlach stiekem om zoveel zelfgecreërd drama en denk aan een citaat van de filosoof die hier duizenden jaren geleden werd geboren. ‘De mens moet teleurgesteld worden in de kleine dingen van het leven, voordat hij de volle waarde van het grotere kan beseffen.’ Ja, Epicurus kon het goed zeggen. Hij wel.

Samos, dag 5.

Vandaag stond de Nissan Micra voor ons klaar. Na wat officiële handelingen was het in de auto springen, en gaan! Op naar Samos-stad. In no time waren we daar al . Zo groot is het eiland dus niet. Na wat panoramafoto’s te hebben geschoten, besloten we naar Kokkari te rijden. Hoe het gebeurde, weet ik niet, maar voordat we het doorhadden zaten we midden op het eiland in de stad Mitilinni. Totaal niet aan de kust, dus besloten we binnendoor te rijden.

We hadden met het grootste gemak, en met vlag en wimpel in het televisieprogramma “De Gevaarlijkste Wegen van de Wereld” mee kunnen doen. Het leek of we off the road in de videogame “Grand Theft Auto V” meededen. Met het verschil dat deze rit níet virtueel was. Wat een drama! Nergens konden we de auto keren, alleen maar rechtdoor. Op een gegeven moment was de weg zo slecht, dat je niet eens meer de woorden weg, pad of route kon gebruiken. Even later ben ik de auto uitgestapt om te zien of we wel verder konden rijden, of niet. Na veel krappe en scherpe bochten, en het verlies van nog meer zweet, reden we uiteindelijk weer op asfalt.

We hadden zo ongeveer de tank leeggebeden, dus bij Kokkari hebben we snel wat brandstof getankt. Daarna meteen door naar Kedros, waar een verwaarloosd kerkje stond. Even verderop was een kiezelstrand waar alleen locals aanwezig waren. Daar zijn we het water ingedoken. Door de enorme hoge golven hebben we kunnen afkoelen en stonden er weer een glimlach op ons gezicht.

Na het korte zwemavontuur zijn we dan uiteindelijk naar Kokkari gegaan, waar we heerlijk hebben geluncht aan het strand. Voldaan stapten we weer in de auto en zijn we veilig over de snelweg, dus zonder avontuurlijke route, naar het hotel. Daar hebben we de dag vervolgd zoals we de afgelopen dagen hebben gedaan. Zwembad, eten, slapen en cocktail.

Samos, dag 4.

Vandaag niet veel gedaan, behalve lezen. Veel lezen. Van beide boeken ben ik over de helft. What to do next? Een auto huren. Morgen dus. Vandaag waren er nieuwe Nederlandse gasten bij ons verblijf aangekomen, en deze waren zó aanwezig. Van die vooringenomen types die wel weten wat er allemaal in de wereld gebeurt. Zo jammer dat deze mensen niet overgeboekt waren.

Toch ben ik vandaag weer een beetje verbrand. In mijn gezicht en mijn bovenbenen. Dat zal morgen, in de auto niet meer zo snel gebeuren. Zodadelijk gaan we weer voor onze cocktail. Of twee, en verder lezen. ‘s-Ochtends lees ik in de biografie van Farley Granger en in de middag die van Paul Simon. Hierna zien we wel weer verder.
PS: Als vleesloos-eter is de keuze qua eten hier wel heel beperkt.
PS2: Volgens Edo als vleeseter ook. 😉

Samos, dag 3.

Vandaag was het niet veel anders dan gisteren; lezen, luieren en lekker genieten. Vandaag heb ik wel weer een shirt aangehouden bij het zwembad. Even de zonnebrand uit mijn huid laten trekken. Ik ben momenteel bezig met een tweetal biografieen. Eén van de eerder genoemde Paul Simon en de ander van Farley Granger. Beiden leuk en interessant genoeg.

Vanmiddag hebben we besloten een auto te huren. Dit doen we dan vrijdag en zaterdag. Zo leren we echt het eiland Samos ontdekken. Vandaag dus heel relaxt gedaan en straks weer eenm cocktail of twee en dan op tijd naar bed, want niets doen kan heel vermoeiend zijn! Bijzonder vandaag; een kraai op bezoek bij het diner. Nu gaan we naar boven voor de cocktails en social media-up-dates.

Samos, dag 2.

Vanmorgen bijtijds opgestaan. Rond 08:00 uur. Het kan ook eerder, of later zijn geweest. Met vakantie let ik niet zo op de tijd. Wel weet ik dat ik niet ben gaan hardlopen. Geen zin, en ik sliep eigenlijk wel lekker. We zijn heel relaxt naar de ontbijtzaal gegaan. Er was weer veel vlees+ om uit te kiezen, maar zonder vlees is het ontbijt pas een uitdaging.

Na het ontbijt zijn Edo en ik naar het jachthaventje gelopen. Een wandeling van vier kilometer, heen en weer terug. Dat was zweten! Niet zozeer door de afstand, maar wel door het hoogteverschil. Naar beneden viel het allemaal mee, maar je moet ook weer omhoog. Het was een bijzondere klim, zeg maar. Volgens mij is dit deel van het eiland nog niet zo lang toeristisch, want is voor wandelaars is het niet geheel ongevaarlijk. Living on the edge, soms heel realistisch op het randje. Het jachthaventje viel ons wat tegen. Het leek nog in aanbouw. Lege winkels, maar geen verval. Misschien dat het er volgend jaar allemaal beter uitziet.

Vanmiddag hebben we aan het zwembad gelegen. Ondanks flink insmeren toch de brandende zon voelen prikken. Ik heb maar een shirt aangedaan. Ook nog even een powernap gedaan. Het slapen gaat hier goed! In de avond hier weer gegeten. Een lekkere salade met patat en aarbeien cheesecake toe. Het is nu kwart voor negen, dus gaan we zo aan de bar voor een cocktail en daarna nog even in bed liggen lezen, en dan zit dag 2 er weer op.

+Ik was toen vegetariër.

Samos, dag 1.

Een korte geschiedenis aan vakantiepret vooraf. De nacht van zondag op maandag doorgetrokken, in de zondagavond twee uurtjes geslapen (powernap) en om 01:00 uur naar Schiphol gereden. Al snel hadden we de auto geparkeerd, hadden we ingecheckt en gáán! Om ongeveer 04:00 uur reden we de Polderbaan op, om later -drie uur later, op Samos te landen.

Op het eiland werden we al snel door een dame van Corendon opgevangen en volgde nog een busrit naar Naftilos Boutique Hotel. Onderweg naar het hotel had ik nog een kort gevecht met een contactlens, die niet in mijn oog wilde blijven zitten. In het hotel aangekomen, snel omgekleed en het miniscule wandelpaadje, beneden naar het strand bewandeld. Wat een drama! Het is geen pad te noemen, het is wat plat gedrukt, droog gras en vooral struiken en keien. Dit was één keer en nooit meer. Op het kiezelstrand was het wel okay, maar die klim terug…

Verder heel relaxt bij het zwembad gezeten. Eindelijk het boek Sapiens uitgelezen. Een opsomming van feiten en aannames. Na iedere vijf regels, bam!, weer een wetenwaardigheidje. Ik ben nu begonnen met een biografie van Paul Simon. Beter. Edo heeft moeite met zijn mobiel en verbinding met de wifi. Net voor de vakantie een nieuw mobieltje aanschaffen is niet altijd een goed idee. Zeker niet wanneer je Edo bent. Ondanks het goed insmeren en onder een parasol liggen, ben ik toch wat verbrand. We zitten nu aan de cocktails. Ik aan een mohito en Edo probeert iedere keer een andere smaak. Ik denk niet dat het laat maken, ik wil morgenochtend nog een stukje hardlopen en in het vliegtuig heb ik niet echt kunnen slapen. Ik denk dat ik eerst nog een mohito neem. Het is tenslotte vakantie.

Cambodian Living Arts

Vrijdagavond in Phnom Penh. Warm, plakkerig, het soort lucht waar je in Nederland een waarschuwing voor zou krijgen. Ik zat in het theater naast het Nationaal Museum, op een stoel die nét te rechtop was om ontspannen te heten. Naast me een Franssprekende man die keek alsof hij per ongeluk bij de verkeerde voorstelling was binnengelopen. Zo’n blik van: liever had hij op zijn hotelkamer gezeten met de airco op standje Noordpool. Gezellig.

Voor de voorstelling liep er van alles door elkaar. Dansers, begeleiders, mensen met oortjes in waarvan ik dacht: die herken ik van de caissières bij de Jumbo in Almere. Dat soort universele accessoires die overal hetzelfde doen. Een beetje druk lopen, vooral met het druk doen zelf. Misschien is het iets Cambodjaans. Misschien verzin ik het ook maar. Ik ben tenslotte een gewone Nederlander die toevallig hier zit.

Toen het licht zakte en het eerste optreden begon – een dans over een geslaagde oogst, compleet met sierlijke bewegingen die ergens tussen ritueel en spel zaten – merkte ik dat ik rechterop ging zitten. Het was mooi. Op een eerlijke manier mooi. Geen spektakel, geen bombast. Gewoon mensen die iets doen wat ze al eeuwen doen, en dat met overtuiging.

Daarna volgde de Apsara-dans, zo’n traditionele Cambodjaanse uitvoering waar je even stil van wordt, ook al weet je niet precies waarom. Misschien omdat het traag gaat. Misschien omdat iedereen precies weet wat hij moet doen. Misschien omdat het lijkt alsof de tijd zelf even ophoudt.

Mijn lichte vooringenomenheid – die ik zorgvuldig had meegebracht, keurig ingepakt tussen mijn Nederlandse nuchterheid en mijn jetlag – kon meteen de prullenbak in. Het was ontroerend. Dat woord gebruik ik niet vaak, maar hier paste het. Zeker als je bedenkt dat tijdens het regime van Pol Pot bijna alle artiesten in dit land zijn omgebracht. Negentig procent. Wat er van cultuur overbleef, moest door een handvol overlevenden worden meegedragen. En dat zie je dan ineens voor je, in de beweging van een arm, het draaien van een pols.

Een uur duurde het geheel. Zestig minuten waarin dertig dansers de geschiedenis van een land uitbeeldden zonder er één woord bij te gebruiken. Van Khmer-dansen tot de optredens van etnische minderheden. En ik zat daar maar, in Phnom Penh, naast die Franse man die na een kwartiertje ook duidelijk ontdooide. Zijn gezicht kreeg kleur. Het leven kan raar lopen.

Als je ooit in Phnom Penh bent: ga. Niet twijfelen, gewoon gaan. Maar verwacht geen spektakel. Verwacht iets anders. Iets dat je niet precies kunt plaatsen, maar waarvan je later denkt: daar ben ik blij om.

Zoals dat soms gaat in het leven.

Egypte

Het leuke van een groepsreis is niet alleen dat je andere mensen leert kennen, maar ook dat je na de vakantie, wanneer je die afspraak op vakantie hebt gemaakt, nog eens andere foto’s kunt ontvangen. Foto’s die jezelf anders zou hebben geschoten of helemaal niet in je vizier zou hebben gehad.

Zo heb je toch weer een beetje dat ouderwetse gevoel bij thuiskomst van ‘hoe zouden de vakantiefoto’s er uitzien’, na een vakantietrip. Hieronder een paar foto’s van reisgenoot Anja. Binnenkort de foto’s van reisgenoten Freek en Lammy. Van de andere reisgenoten mogen/moeten we nog foto’s ontvangen.

Terugreis & thuis

Vannacht, zo rond 05:00 uur, zijn we weer thuisgekomen. Dankzij een niet al te snuggere medereiziger mochten we iets langer op onze koffer wachten. Er bleef maar één koffer op de bagageband liggen, eentje die heel veel op onze koffer leek. Echter had deze allemaal slotjes aan de ritsen en een enorm rood label aan een handvat bevestigd. Toch maar de koffer van de band gehaald en het mobiele nummer dat op het label stond gebeld, bleek de eigenaar van de koffer de onze te hebben meegenomen (zucht). Ik kan begrijpen dat je ’s nachts niet al te alert bent, maar je weet toch wel welke koffer van jou is (en welke niet)? Anyhow, ietsje later dan gedacht thuisgekomen en toen zelf maar de koffer ingedoken.