Hoewel ik er de afgelopen dagen niet echt zin in had, ben ik vanmorgen toch vroeg mijn bed uitgegaan om een stukje van vijf kilometer te gaan hardlopen. Voor het eerst deze week had ik de wekker gezet, en hoe grappig: ik werd vijf minuten vóór die wekker wakker. Het rondje ging me prima af: heen en weer naar het kleine strandje van gistermiddag. Na een half uur was ik alweer klaar. Eenmaal thuis begon ik pas écht te zweten. Alsof er sluisdeuren opengezet werden: het gutste uit al mijn poriën. Een douche (die het wederom aardig deed) was meer dan welkom.
Na het douchen was het nog even wachten tot het ontbijtmoment — het ‘voordeel’ van vroeg uit de veren gaan. Wederom een prima ontbijt gehad, met de nodige ergernis over de andere gasten en hun weinig sociale houding naar anderen toe. Voor vanmorgen stond een uitstapje naar het kasteel van Kassiopi op het programma. Geen stoere burcht meer, maar een verzameling muurresten waar de tijd zijn tanden in gezet heeft.
Boven wacht stilte, zeggen de reisgidsen. Negentien torens zouden er ooit gestaan hebben, al zijn ze moeilijk meer te tellen. Binnen de muren groeien olijfbomen die meer van standvastigheid weten dan mensen. Alleen: wij kwamen er niet. We reden eromheen met de auto, zochten een ingang die er niet leek te zijn. Later deden we hetzelfde rondje te voet, met hetzelfde resultaat. Het kasteel lag er, zichtbaar en zwijgend, maar ontoegankelijk, alsof het besloot voorlopig met rust gelaten te willen worden. Een luchtkasteel.
Na deze teleurstelling stapten we weer in de auto en reden we opnieuw naar het naaktstrandje. Dit keer dus niet te voet (je huurt zo’n auto niet voor niets) en dat scheelde ons blaren en blessures, die we gisteren wel hadden opgelopen op het kiezelstrand. Op het strandje was het rustiger dan gistermiddag en bleven we wat langer liggen. Maar de aanhoudende hitte dreef ons uiteindelijk terug naar de huurauto en daarna naar het zwembad van onze accommodatie. Ons tijdelijke thuis.
Tegen de avond hebben we ons opgefrist en zijn we in Acharavi uit eten geweest. Dit keer bij Woody’s, vlakbij het restaurant van gisteren, en gelukkig zonder wolkbreuk. We hebben weer lekker gegeten. Ik had opnieuw tirosalade (deze keer met een zurige smaak) en kipfilet in blauwekaassaus. De smaak was prima, maar de presentatie viel tegen: een onogelijke grijze saus die deed denken aan pus met stopverf. Daarbij lag mijn kipfilet volledig verstopt onder deze brei. Ik hou er niet van wanneer ik naar mijn vlees moet zoeken.
Na het eten hebben we op de terugweg de tank van de huurauto gevuld en, na een kort bezoek aan de buurtsuper, de auto officieel ingeleverd. De komende twee dagen zullen we te voet moeten doorbrengen, en dat is geen ramp. Wat ook geen ramp is, is dat ik straks voor het slapengaan géén wekker zal zetten.






