Rhodos, dag 4

Vanmorgen werd ik om 06:00 uur door de wekker gewekt. Ik had me voorgenomen om in de vroege ochtend te gaan hardlopen (in verband met de Griekse temperaturen). Ik heb er een soort van traditie van gemaakt om tijdens iedere vakantie een hardlooprondje te lopen. Zo stond ik vanmorgen rond de klok van vijf voor half zeven (mijn geboortetijd) voor de ingang van het hotel.

Ik had het plan om een kleine vijf kilometer te gaan hardlopen. Een rondje richting de haven van Rhodos-stad en dan met een kleine omweg weer terug naar het hotel. Hiermee moet de vijf kilometer wel gehaald kunnen worden. Echter op vakantie gaan de dingen altijd iets anders dan normaal. Ik dacht richting de kust te rennen, maar ik ging landinwaarts. Ik herkende een houten bruggetje, waar we gisteren over gewandeld waren, en dit was niet goed. Keren en verder rennen.

Ik liep stoïcijns verder en met behulp van mijn kaarten-app kwam ik weer op de bekende weg. Hier besloot ik richting de westkust te lopen, en vandaar naar het hotel. Na ruim zes kilometer kon ik mijn hardloop-app stoppen en het laatste stukje naar het hotel lopen. Ik wen er nooit aan, maar ná het hardlopen ben ik als een spons die wordt uitgeknepen; het zweet gutst me uit iedere porie.

Na een verfrissende douche zijn we op tijd naar de ontbijtzaal gegaan, waar we weer een ruime keuze hadden in de ontbijtmogelijkheden. In de ochtend zijn we naar de haven gewandeld (waar ik vanmorgen vroeg al was geweest) en hebben daar iets verder gelopen om zo, onbedoeld, een rondje langs de oude stadsmuur te lopen. Een wandeling van ruim tweeënhalf kilometer. In de brandende zon. Aangezien ik geen Clark Kent (Superman) ben, krijg ik geen extra superenergie van de zonkracht, het put me juist uit. Maar! Klagen is voor watjes. We wandelden rustig door.

Na de wandeling zijn we in een lommerrijk parkje op een terras gaan zitten en hebben hier genoten van een ijskoude frappé. Hierna zijn we in het middeleeuws stadje gegaan om daar langs de vele toeristische winkeltjes te lopen. We hebben het een en ander kunnen scoren, waaronder een kerstbal van Rhodos (een andere vakantie-traditie). Het duurt tenslotte nog maar 112 dagen tot kerst. Edo heeft traditioneel weer een vlot hoedje gescoord.

In de middag hebben wie dit keer niet in en rondom het zwembad gezeten. We hebben in de koelte van de hotelkamer relaxt de tijd doorgebracht. Ik heb een aflevering van het zesde seizoen van Dexter gekeken (het seizoen met de religieuze moorden en de zoon van Tom Hanks) en verder nog wat gelezen. Verder hebben we vanmiddag een huurauto voor de komende drie dagen geregeld. Deze wordt morgenochtend bij het hotel afgeleverd.

In de avond zijn we op zoek gegaan naar een leuk eettentje, die we uiteindelijk vonden aan de westkust van het eiland; Orexi. We zagen op het bord een aanbieding van pepper steak met friet en een pul bier voor een aardige prijs. Het bier was goed, de steak viel iets tegen; het waren dunne runderlapjes, maar de pepersaus was weer prima. Edo voelde zich vanavond niet helemaal lekker, dus zijn we op tijd naar ons tijdelijke thuis gegaan, waar hij het bed is ingedoken en ik nu dit stukje schrijf. Hopelijk voelen we ons morgenochtend weer helemaal fris, want dan hebben we een eiland te ontdekken!

Uitsloverij in de vroege ochtend.
Zonsopgang in Rhodos-stad.
Een wandeling langs de haven.
Langs de oude stadsmuur.
Uitzicht op een oude muur en een oude man.
Een nest kanonskogels.
Nog heel even wachten…
Speciale aanbieding.

Rhodos, dag 3

De derde dag op Rhodos, en deze begon in ieder geval vroeg. Op tijd naar de ontbijtzaal, en daar was inderdaad minder druk dan gisterochtend. Een aangenaam begin van de dag, die we met een stevige wandeling hebben voortgezet. Een wandeling van ruim 8 kilometer. Je bent op vakantie en je doet wat.

De wandeling ging naar het oude stadscentrum van Rhodos, en hiermee kom ik terug op mijn opmerking van gisteren; wanneer je iets verder (naar het oude stadscentrum) loopt is er wel genoeg keuze aan restaurants en is het toch ook iets meer toeristisch zoals we het ook hadden verwacht. 

In het oude centrum hebben we de oude klokkentoren beklommen. Ik dacht uit de tijd van de kruisridders, maar ik begreep dat deze klokkentoren niet echt heel oud is. Vanuit de nok van de toren is het uitzicht mooi (van wat je uit de kleine, stoffige ramen kan zien), maar ik ben geen held van dieptes en de houten trappen gaven mij last van zenuwen in mijn benen. Blij dat ik weer stevige ondergrond onder mijn voeten had. 

Vanuit het oude centrum zijn we richting de Acropolis van Rhodos gelopen. Een wandeling van een stevige drietal kilometers, en dat in de zinderende hitte die je op een Grieks eiland gewend bent. Of waar je eigenlijk nooit aan went (ik spreek even voor mezelf), maar op vakantie wil je ook wel wat van de omgeving zien.

Na een paar flinke, vermoeide voetstappen kwamen we aan bij de locatie waar men in een tijd, honderden jaren voordat Jezus zou zijn geboren, aan sportieve uitspattingen deed. De pre-olympische spelen in optima forma! Natuurlijk kijk je vandaag de dag naar vergane glorie, de overblijfselen waarbij het blijft gissen hoe het er toen uitgezien moet hebben. Indrukwekkend, maar ik vind het ook teleurstellend..

Nadat we ruim een uur op de oudheid hebben rondgezworven zijn we terug naar het hotel gelopen, om daar in de middag weer in en bij het zwembad te relaxen. Het laatste hebben we de rest van de dag volgehouden. In de avond gegeten bij Memphis BBQ Grill Restaurant, waar we veel en smakelijk hebben gegeten. In het hotel hebben we nog even gepoold bij het optreden van The Golden Tones.

Het oude centrum van Rhodos-stad.
De wandeling van vandaag.

Rhodos, dag 2

Vanmorgen eindelijk weer eens zonder een wekker wakker geworden. Dat is voor mij toch wel het ultieme vakantiegevoel. Omdat we gisteravond laat (in het donker) op het eiland aankwamen was ik wel nieuwsgierig naar het uitzicht, dus stond ik toch bijtijds uit bed. Ons uitzicht viel me niet tegen en kwam aardig overeen met de foto’s die ik eerder online en in brochures had gezien.

Ook nieuwsgierig was ik naar de badkamer en dan vooral de douche. Ervaring heeft me geleerd dat het douchen op een Grieks eiland, voor mij, niet echt de wauw-factor heeft, maar de douche-beleving van vanmorgen was me zeer aangenaam. Geen lauwe pisstraal, maar een stevige straal die het shampooschuim in één keer uit je haren spoelt.

Rond de klok van 09:30 uur zijn we naar de ontbijtzaal gegaan, waar de keuze aan ontbijtmogelijkheden énorm was en het aantal hotelgasten óverweldigend. Morgen gaan we wel iets vroeger naar deze Griekse eetschuur. Wellicht dan iets minder gasten en minder ergernis voor ons.. Mensen zijn net varkens. Of erger.

Na het ontbijt zijn we in een rustig tempo Rhodos-stad ingelopen, het was intussen warm genoeg. Na enige tijd kwamen we aan bij de indrukwekkende, historische havenplaats, waar we het oude Griekenland een beetje hebben leren kennen. Veel historie over de kruisriddertochten van duizendplus jaar geleden. Rustig wandelend kwamen we in de vroege middag weer aan bij ons hotel, waar we de hele middag aan en in het zwembad hebben gelegen.

‘s-Avonds hebben we gegeten bij Louis Restaurant, een favoriet restaurant blijkbaar, omdat het er nogal druk was. Dit kan ook zijn omdat er, naar mijn beleving, opvallend minder restaurants zijn, zoals je op een toeristisch eiland mag verwachten. Morgen is er een uitdaging. De avond hebben we beëindigd met cocktails in de hotellobby, slash, cocktailbar.

De haven van Rhodos.
Overblijfselen van een oude stadsmuur.
Zonsondergang vanaf ons balkon.

Rhodos, dag 1

De eerste dag van de vakantie op Rhodos begon laat. Om ongeveer 18:00 uur stegen we op vanaf vliegveld Schiphol (vanzelfsprekend vanaf de Polderbaan). Niet dat het vakantie-avontuur toen pas begon. 

Enige tijd hiervoor beleefden we een klein spannend moment op het vliegveld. Bij Gate B27 zag ik -tijdens het wachten om te boarden, door het glas dat een van onze koffers al vroeg door een Schiphol-medewerker werd meegesjouwd. Het was niet eens dat het een mogelijkheid was dat het de onze was, het was voor honderd procent zeker de koffer die we bij het inchecken op de band hebben gezet. De airtac in de koffer bevestigde dit ook via mijn iPhone. Daar stond onze koffer, alleen in de brandende zon, te wachten tot hij niet vergeten ging worden, en daar leek het wel op. 

Ik was niet meteen in de paniek-modus, maar hield de koffer wel goed in de gaten. Toen uiteindelijk de andere koffers voor deze vlucht waren ingeladen, stond mijn koffer nog steeds alleen in de brandende. In mijn fantasie zag ik op de koffer een fictieve traan over de oranje kofferband rollen. Arme koffer; alleen en vergeten. 

Edo besloot hierop het personeel bij de balie van de gate hierover in te lichten. Vanaf een afstand zag ik veel wijsgebaren en mensen met uitgestrekte nekken meekijken, naar de eenzame koffer. Hierop ontstond enige consternatie bij de andere reizigers en vond ik het opvallende dat er ineens mensen een idee, en een mening, over mijn koffer hadden. Spontaan verzonnen verhalen en goedbedoelde, maar nutteloze tips om actie te ondernemen. Gelukkig ook grappige opmerkingen.

Lang verhaal, kort; uiteindelijk werd de koffer toch meegenomen naar de bagageruimte en was het boarden kort hierna, met een half uur vertraging, maar dat stond los van mijn vergeten koffer, van start gegaan. Rond de klok van 18:00 uur stegen we op en landden we om ongeveer 22:30 plaatselijke tijd op het Griekse eiland. Hier kregen we een transfer aangeboden (maanden geleden al geboekt) en kwamen we even voor middernacht aan in ons hotel.

De eenzame koffer.
Nog even langs thuis gevlogen.
We zijn gearriveerd!

Santorini, dag 8 (epiloog)

Vanmorgen waren we op tijd wakker. Nog voordat de wekker afging stond Edo al onder de douche, want vandaag was de dag van de terugreis. Van onze Sunweb-hostess hadden we al eerder een whatsapp-bericht ontvangen dat we vandaag voor 10:00 uur uitgecheckt moesten zijn en dat we klaarstonden voor onze transfer naar het vliegveld. Géén stress, we waren ruim op tijd gedoucht en het ontbijt was ook allang genuttigd toen we om kwart voor tien bij de receptie van Olympic Villas ons lieten uitchecken.

Even voor 10:00 uur werden we opgepikt door de transfer-chauffeur en reden we in vlot tempo naar het vliegveld van Santorini. Hier ging ook alles relaxt, en op tijd. Ik vond het wel een beetje jammer dat Edo en ik niet naast elkaar in het vliegtuig mochten/konden zitten, maar Edo zat een rij vóór mij bij het raam en ik daarachter bij het gangpad. Ook geen ramp te noemen. Na de hectiek van het kleine vliegveld, de onbegrijpelijke logica van de Griekse douane en de onlogische logistiek van koffie halen (aan balie A bestellen en verderop bij balie C ophalen) konden we om 11:45 uur gaan boarden. Nog steeds ben ik lichtelijk verbaasd over de mensen die haastig vooraan willen staan, terwijl de stoelen al zijn toegewezen. Het zal wel iets met handbagage te maken hebben…

Eenmaal in het vliegtuig ging alles vlotjes, inclusief drie kwartier vertraging, en eenmaal in de lucht heb ik de film Spectre gekeken. Ondertussen genietend van een grote cappuccino met gevulde koek. Bij de aftiteling van de film vlogen we alweer boven Nederland en heb ik toen het eerste gedeelte van No Time To Die gekeken. Ik zat niet bij het raam, dus kon niet naar buiten kijken. Tegen de tijd dat de slechteriken in de film een gevaarlijk virus wilde stelen, landden we alweer op Schiphol.

Eenmaal op vaste grond ging alles zoals het voor onze vakantie ging; zoals we het gewend zijn. We hebben de afgelopen dagen meer dan genoeg foto’s geschoten om de herinneringen levendig te houden en we hebben nog een weekje vrij om te wennen aan het thuiszijn.

Farewell Olympic Villas.
‘Till Next Time, Greece!

Santorini, dag 7

Vandaag de laatste dag die we in z’n geheel doorbrengen op Santorini. Morgen vertrekken we halverwege de dag naar Nederland. Dus hadden we nog even gecheckt wat we deze week nog niet bezocht hadden dat hier bij ons in de buurt te vinden is, en dat bleek de Haven van Armeni te zijn.

De haven is één van de twee historische havens van Oía, waarin tegenwoordig slechts kleine boten en jachten kunnen aanleggen. In de negentiende eeuw waren hier vele scheepswerven, maar daar zie je nu niets meer van terug. De reisgids van de ANWB vertelde ons dat het haventje zeer rustig is, omdat je er alleen te voet kunt komen via een steil voetpad met deels gladgeslepen treden. De reisgids bleek gelijk te hebben.

De afdaling begint vlak naast restaurant Apsithia, waar we van de week al hadden geluncht en uiteten zijn geweest. Ik heb ze zelf niet geteld, maar het pad bestaat uit 300+ treden, waar nu zelfs de ezels niet meer lopen (en dat is een goede zaak!). Na ruim een kwartier waren we uiteindelijk beneden. Ook hier stond weer een blauwwitte kerk als een soort van welkomstgeschenk. Het eiland heeft verdomme bijna meer kerken dan toeristen. Aan het water was het goed vertoeven, een lichte zeebries gaf ons wat verkoeling.

Verder valt er in het haventje van Armeni weinig te beleven. Er is één vanmorgen nog gesloten, restaurant, een aantal huizen die pal aan het water staan en dan verder een kiezelstrand waar je alleen met een ligbed comfortabel kunt liggen, en die zijn daar niet. Ter verkoeling hebben we aan een oude pier met de voeten in de Egeische Zee gezeten. Naarmate er (veel) meer mensen de haven opliepen hebben we de schoenen weer aangetrokken en zijn de uitdaging van het naar boven klimmen aangegaan.

Op de terugweg naar boven hebben we er veel langer overgedaan dan het kwartier van de afdaling. De zon scheen fel en de klim was toch meer vermoeiend dan gedacht. Na verschillende rustpauzes kwamen we dan eindelijk, zwaar bezweet, weer boven in Oía aan, waar we meteen op het terras van Apsithia zijn gaan bijkomen. Eén ding weet ik nu zeker; ik ga nooit ofte nimmer meer zo’n trap met honderden treden bewandelen. Ook niet wanneer er aan de top van de wandeling verfrissend water en koud bier staat te wachten (zoals vandaag het geval was).

In de middag hebben we ons aan het dagelijks programma gehouden. Relaxt in het zwembad gezwommen en luierend op een ligbed onder de parasol gelegen. Eindelijk heb ik ook mijn boek Dode Hoek uitgelezen. Ik heb nog een paar ongelezen boeken op de e-reader staan, dus geen worries.

‘s-Avonds zijn we bij zonsondergang naar het centrum van Oía gewandeld om daar voor een laatste keer te gaan uiteten. Het was even zoeken naar een goed restaurant, maar we zijn uiteindelijk beland bij Laokasti, het restaurant waar we maandagavond al eerder zijn geweest. De cirkel van voedsel op Santorini is rond. Na het eten zijn we een laatste keer het centrum ingelopen om nog een paar laatste souveniers in te slaan. Na de pannenlappen van Zakynthos, vorig jaar, wilde ik nu nog een theedoek van dit Grieks eiland hebben. De Griekse keuken, maar dan anders. Verder hebben we nog enkele gadgets voor thuis ingeslagen. Voor nu zitten we nog even buiten, voor ons appartement. De wijn moeten nog opgedronken worden, want die nemen we niet mee naar huis.

Do you know the way to Armeni Bay?
All the way down.
Ease on down the road.
Another House of God.
Refreshing water.
The Port of Armeni.
The Only Way is Up.
One last walk into Oía.
The Last Supper (in Santorini).
Some Last Shopping.
In The End, Everything Will Be Wine.

Santorini, dag 6

Vanmorgen stond ik al voor 06:45 uur naast mijn bed. Ik wilde toch minimaal één keer een hardlooprondje op Santorini hebben gedaan en dat wilde ik niet al te laat doen. Dus mezelf snel opknappen, hardloopkloffie aan, en gaan! In een lekker tempo liep ik de lange weg af, richting het westen, naar het centrum van Oía. Vlak voor de bus-terminal sloeg ik rechtsaf richting Tholos, naar het noorden. Mijn tempo schoot omhoog, want de weg liep heel steil omlaag. Dit hield aan tot ik beneden bij het einde van het eiland kwam. Na 3 kilometer besloot ik om te keren. Zo kom ik zeker wel aan de minimaal te lopen 5 kilometers, dacht ik. Mijn running-apps gaven achteraf aan dat dit me was gelukt.

Na mijn rondje (en ontbijt) stond een bezoek aan het plaatsje Kamári op de agenda. Dit ligt ten zuiden van het vliegveld en dit betekent dat we met het openbaar vervoer in Fira/Thira moesten overstappen op een andere bus. Dit keer was het iets minder chaotisch op de bus-terminal en zaten we al rap in de ge-airconditioneerde bus naar onze bestemming.

Aangekomen in Kamári stapten we uit bij de ‘Noodonderkomens’. Dit zijn de voorlopers van de containerwoningen, die in 1956 uit de grond werden gestampt voor de dakloze slachtoffers na de heftige aardbeving van dat jaar. Tegenwoordig wonen er allen nog kippen en duiven in deze rijtjeshuizen. Vanuit hier liepen we door naar Panagía Mirtidiótissa, de hoofdkerk van Kamári, die alleen voor de echt-gelovigen open is tijdens de kerkdiensten. Hierna zijn we met een kleine omweg doorgelopen naar het strand van Kamári.

Langs de Kamári-Beach loopt een promenade, waar we al wandelend hebben genoten van de vele toeristen. Ik hoop dat ze ook om ons hebben kunnen verwonderen. Tegen het einde van de promenade hebben we prima geluncht (chicken salad) bij Almira. Terugwandelend naar de busstop, bij de ‘Noodonderkomens’, hebben we her en der nog wat souveniers en zonnebrandcrème gescoord. Het laatste waren we vergeten mee te nemen.

De terugweg ging weer prima, waar een voor mij fantastische conducteur/kaartverkoper op de bus zijn werk deed. Tegen toeristen met natte badkleding eiste hij dat ze gingen staan. Geen natte stoelzittingen voor toekomstige passagiers, en bij ieder bushalte riep hij tegen de trage, dralende toeristen: ‘Hurry! Hurry! No hurry, no ride!‘ En daar was hij heel serieus in. Ik hou van deze Griekse versie van mezelf. Edo zei al dat ik kon gaan solliciteren.

In Thira/Fira aangekomen was het dit keer weer mega-chaos bij de bus-terminal. paniekerige toeristen met rolkoffers en angstige gezichten, heen en weer rennend naar een verkeerde bus. En dat in het Italiaans. Dat klinkt minstens 10 keer zo heftig. Sono la pace stessa! Gelukkig stond onze bus naar Oía na enkele minuten geduldig op ons te wachten, waarna we na zo’n 20 minuten weer voor de deur van onze accommodatie werden afgezet.

Eenmaal bij onze plaatselijke ‘thuis’ zijn we snel het zwembad ingedoken (via het trappetje) en hebben verder heel relaxt de rest van de middag doorgebracht. Een beetje lezen, een beetje power nappen. In de avond zijn we naar Alkyona gewandeld om daar te gaan uiteten. Dit restaurant ligt net buiten de gangbare wandelroutes, maar ik zag het vanmorgen tijdens mijn hardlooprondjes en Edo zag het vanuit de bus naar Kamári. Hier hebben we heerlijk gegeten/genoten. Behalve van de Griekse koffie. Die was wel héél sterk. Sterker dan de verhalen die ik hier vertel.

Hardlooprondje #210 van 2023.
Waiting for the bus.
De ‘Noodonderkomens‘ van Kamári.
Panagía Mirtidiótissa.
Beach near the promenade.
Waiting for the bus to Oía.
A friendly visitor at Alkyona. And a cat.
Enjoying a Greek coffee. 💀
Alkyona.

Santorini, dag 5

Vandaag hadden we een soort van rustdag. Even geen strakke planning op de agenda, maar meer een we-zien-wel-wat-er-op-ons-pad-komt-dag. Geen wekker die afgaat, maar douchen wanneer je wakker bent geworden (altijd wel zo handig). Overigens is het douchen hier een uitdaging. De badkamer is zo minimaal dat je amper je kont kunt keren. Wanneer je thuis de meterkast ombouwt tot douchecel, heb je meer ruimte dan hier in het appartement.

Na het ontbijt ben ik in m’n eentje even gaan wandelen op het zogenaamde salamanderpad. Niet het hele stuk zoals we een paar dagen geleden liepen, maar even een kilometer heen, en weer een kilometer terug. Dat vond ik voldoende met 28° celsius in de zon. Aangekomen bij het eerste witte kapelletje ben ik omgekeerd, richting thuis, en daar zijn we samen het zwembad in gedoken. In het water heb ik mijn dagelijkse 30 baantjes getrokken (volgens mijn horloge is dat 1,5 kilometer) en zijn we daarna het centrum van Oía ingegaan om te gaan lunchen.

De lunch hebben we genoten bij Skala, waar we Griekse salade hebben genomen, en de beslissing hebben gemaakt om daar in de avond ook te gaan uiteten. De ambiance was er zo dat we die keuze zonder twijfel hebben gemaakt. Op de terugweg hebben we de nodige souveniers ingeslagen, en de rest van de middag hebben we rondom en vlakbij bij ons appartement doorgebracht, om vervolgens later tijdens de zonsondergang weer naar het restaurant terug te lopen. Lang verhaal, kort: Wederom hebben we heerlijk gegeten en nu zitten we gelukzalig voor ons appartement te genieten van de zwoele, zomerse vrijdagavond.

Een korte wandeling.
Terug naar Oía wandelend.
Lunch bij Skala.

Santorini, dag 4

Het vakantiegevoel is alsmaar meer aanwezig; het dagelijks wakker worden past zich aan, aan de warmere temperaturen en niet aan tijd. Vanmorgen waren we niet voor acht uur wakker. Heel relaxt zijn we opgestaan voor de dagelijkse douche (lees: miezerstraal) en ontbijt. Vandaag stond een bezoek aan de hoofdstad Thira (of Fira) in de planning.

We hadden besloten om met het openbaar vervoer naar de hoofdstad af te reizen en online had ik al eeder wat informatie opgezocht, want mijn OV chipkaart werkt niet op de Griekse eilanden. Op Santorini betaal je met harde valuta een busreis. Zo’n 100 meter van ons appartement vandaan staat een bushokje waar ieder half uur een bus stopt om reizigers mee te nemen. Zo ook deze ochtend, en om 09:50 uur stapten we in de ge-airconditionde toerbus naar Fira/Thira.

De busreis duurde iets meer dan 20 minuten en we arriveerden op tijd in de hoofdstad bij de idiootdrukke bus-terminal. Hier zijn we na een zeer korte wandeling de witte orthodoxe bisschopkerk Ypapántri ingelopen. De dwaasheid van religie werd hier wederom aan mij bevestigd; vrouwelijke toeristen in ienieminie jurkjes en slippers wandelen zonder opstoot door de kerk, maar ik wordt er vooral op geattendeerd géén petje te dragen. Edo sloeg meteen een kruisje opdat ik niet meteen in de hel terecht kom.

Na ons godzalig bezoek in de kerk gingen we op zoek naar de wereldberoemde kabelbaan van Santorini. Dit ging prima, want op iedere hoek van de straat stond bewegwijzerd hoe we moesten lopen, en ook hier in no time waren we op plaats van bestemming. Nadat we de enkele reis (een retourtje bestaat niet) hadden gekocht voor zes Euro zaten we rap in de kabelbaan die ons 220 meter naar beneden bracht. Hier in de oude haven van Thira/Fira was het een gekkenhuis aan Cruiseschip-toeristen. We moesten ons een pad banen tussen honderden mensen die allen met de kabelbaan naar boven willen.

Bij café Aroma, helemaal aan het einde van de havenkom hebben we een cappuccino grande besteld en deze aan de Egeïsche Zee genuttigd. Ook hier hebben we ons lichtelijk verwonderd aan de ‘Mens op Vakantie’. Ik kan nu wel begrijpen dat realityseries succesvol zijn. Wat een typetjes hebben we hier rondlopen. Nadat we onze cappuccino’s hadden afgerekend stond ons een nieuwe uitdaging. Hoe komen we weer boven zonder 588 traptreden te beklimmen en niet 2 uur wachten in een rij, in de brandende zon met honderden cruiseschip-toeristen?

Een ex-collega van mij heeft me ooit laten zien dat voordringen eigenlijk hartstikke makkelijk is. Toen we eerder deze ochtend het kabelbaanstation verlieten zag ik al dat de uitgang naast de ingang ligt, en dat deze uitgang voor iedereen toegankelijk is. Dus met een allervriendelijkst gezicht zijn we de honderden mensen voorbijgelopen, richting de uitgang. Daar zijn we slinks naast de ingang naar binnen gelopen en zo langzaamaan in de rij gaan staan, en niemand van de cruiseschip-kudde die het doorhad!

Eenmaal weer boven in Fira/Thira wilde Edo nogmaals een kerkje bezoeken. Dit keer de Katholieke bischopskerk, die in 1832 werd gewijd aan Johannes de Doper. Daar is nog een kaarsje aangestoken en hebben we later, iets verderop heel kort een dienst bijgewoond. Ik voelde me er een indringer (atheïst) en stond snel weer buiten. Mijn religie is eten, dus we gingen op zoek naar een eetgelegenheid. Deze vonden we even verderop: Diverso Bistro.

Hier hebben we bijzonder gegeten; 2 dikke pancakes met bacon en stroop en hier bovenop 2 uitsmijters. Bijzonder en lekker. Hierna was het voldaan wandelen naar de bus-terminal. Hier leek het chaos. Groepen op zoek naar de bus met de juiste bestemming en buschauffeurs die hun grote, lange bus moesten manoeuvreren in een smalle parkeerplaats. Het leek op een voor de hand mislukte opdracht uit Wie is de Mol. Hysterisch gillende mensen rennend van de ene bus naar de ander. Ook toen onze bus naar Oía op de terminal arriveerde waren er nog mensen in lichte paniek.

Nadat we onze fee hadden betaald voor een rit naar ons tijdelijke thuis zaten we comfortabel en verkoelend in de bus. Bij toeval werden we iets van 20 minuten later precies voor de deur van Olympic Villa afgezet. Hoe luxe is dat? Hier zijn we nadat we ons hebben omgekleed het zwembad ingedoken en hebben net als voorgaande middagen heel relaxt gedaan. ‘s Avonds, net na zonsondergang zijn we het centrum ingegaan om bij Apsithia te gaan uiteten. Daar heerlijk local gegeten, en met volle buik teruggelopen om daar op ons zitje voor ons appartement te genieten van de Griekse avond.

Hysterie bij de bus-terminal.
De bisschopkerk Ypapántri.
Uitzicht vanaf de hoofdstad.
Klaar voor een ritje met de kabelbaan.
Uitzicht vanuit de kabelbaan.
Een deel van de groep cruiseschip-toeristen de we voorbij zijn gelopen.
Die andere bischopskerk.
Een straatje in Thira/Fira met kerstballen.
Uiteten bij Apsithia.

Santorini, dag 3

Ik had me eerder deze week voorgenomen om vanmorgen een klein rondje te gaan hardlopen, maar mijn motivatie bleek ook op vakantie te zijn. Dus niet in hardloopoutfit om 07:00 uur de deur uit, maar gewoon nog even blijven liggen (niet dat het vakantiebed zo comfortabel ligt, maar dat terzijde). Het hardlooprondje komt een dezer dagen wel. Of niet.

Vandaag lag een wandeling naar het vissersplaatsje Ammoudi in de planning. Een wandeling die bestaat uit een tochtje door het mega-toeristische stadje Oía en een zeer steile trap naar beneden van 278 treden. Een sportieve uitdaging. Het is ons wel gelukt en beneden stond een aangename, stevige bries. We liepen beneden eerst naar links, richting het strandje, via diverse terrassen om later via dezelfde terrassen naar het mini-haventje te lopen. In Madurodam zijn de havens niet veel kleiner. Het begrip vissersplaatsje is ook niet meer van toepassing, alles staat er in het teken van de toerist.

Nadat we wel genoeg van Ammoudi hadden gezien mochten we dezelfde steile trap oplopen. We hadden er voor kunnen kiezen om via de autoweg terug naar Oía te wandelen, maar die was niet veel minder steil, en een paar extra kilometers omlopen. De 278 traptreden waren ons bekend, dus de keuze was beslist. Na de vierde, of vijfde rustpauze, nog niet halverwege onze klim, was ook het moment van inzicht dat de geest wellicht nog jong is, maar het lichaam allang niet meer.

Boven aangekomen waren de meeste toeristen ook in Oía gearriveerd en was het weer hilarisch druk in de straatjes. We hebben voor een lunch op een overdekt terras bij Apsithia gezeten met uitzicht op de witte huisjes en de vele ‘Instagram-onderdanen’. Alles in dienst van social media. Ik zou het komisch vinden, als het niet zo triest was: Vrouwen en meisjes die op hakken -waar je niet op kunt lopen, en in blote jurkjes -die niets van het lichaam verhullen, moeilijk doen om zo mooi mogelijk en ook het liefst zo ongeïnteresseerd mogelijk op de foto willen staan. Dan is die geest van mij dan toch niet zo jong meer.

Na een middagje van zwemmen en luieren (die gewoonte blijven we hier trouw) was het in de vroege avond weer op zoek naar een gepast restaurant in Oía. De zon was al bijna onder, dus de meeste toeristen zaten met hun mobieltjes aan de kust de in de zee zakkende zon te fotograferen. Wij vonden ons restaurant van de avond in Kasteli of Oía. Niet echt een succes, noch een aanrader en daar laat ik het maar bij. Soms zeg je juist meer door te zwijgen.

Na het restaurantbezoek zijn we nog even doorgewandeld naar het westen van Oía, tegen de stroom van terugkerende toeristen in. Altijd gezellig om in het Nederlands de buitenlandse bezoekers het ongewenste toe te wensen (grapje, natuurlijk!). Na een kleine omweg weer richting het tijdelijke thuis gewandeld en onderweg een ijsje gescoord om daar verder voor ons appartement te genieten van de avond en een glas wijn. Life is good.

De westzijde van Santorini
Zicht op het haventje van Ammoudi.