Bij het wakker worden merkte ik al snel dat er iets anders was dan normaal. Mijn iPhone had geen wekkerdisplay, de tv stond niet meer op stand-by en zelfs de sleutelhanger in de muurhouder — die de stroom in de kamer activeert — was uit. Stroomstoring. Net wakker uit een droom werkt mijn realiteitszin niet optimaal, dus binnen een paar seconden schoten er allerlei doemscenario’s door mijn hoofd. Rond half acht hoorden we de koelkast aanslaan en zag ik dat de tv weer op stand-by sprong: er was weer stroom. Een snelle online check leerde dat het om een geplande onderbreking van het elektriciteitsnet ging. De Griekse netbeheerder bevestigde dat er werkzaamheden waren. Al mijn doemscenario’s konden de prullenbak in. Gelukkig maar, want doemdenken kan ik als de beste.
Na een korte douche stond ik alweer aangekleed klaar om buiten de deur te gaan ontbijten. Omdat het ontbijt van gisteren na twee mindere ochtenden eindelijk goed was bevallen, besloten we opnieuw naar Le Corte te gaan. Wederom een succes. Misschien morgen weer, maar je weet maar nooit waar we dan zin in hebben. Na het ontbijt kochten we wat water voor de roadtrip die we vandaag wilden maken. Het plan was om naar het noordelijkste deel van de autoweg van Karpathos te rijden en onderweg wat kerken en kapellen te bezoeken. Zo gezegd, zo gedaan. Het was dezelfde weg als eergisteren: redelijk nieuw asfalt, veel geiten en bokken op en langs de weg, en genoeg tussenstops om het ritje aangenaam te maken.
Bij Kyra Panagia zagen we nergens het kapelletje met de rode koepel. Misschien reden we verkeerd, misschien lag het te goed verstopt. Hoe dan ook, om gedoe te voorkomen besloten we eerst helemaal naar het uiterste noorden te rijden en op de terugweg de kapelletjes te bezoeken. Na ruim een uur reden we voorbij Olympos, verder naar het noorden. Het wegdek werd minder modern en bij Avlona was eigenlijk alles minder. Smalle wegen waar je vurig hoopt geen tegenliggers te treffen — en precies dan werkt de wet van aantrekkingskracht: je komt de ene na de andere tegen. Manoeuvreren, inhouden, langs elkaar schuiven. Ons beste idee van dat moment: de passerende tegenligger volgen en terugrijden naar een normaal geasfalteerde weg.
Eenmaal terug op de hoofdweg konden we op de terugweg enkele kapelletjes bezoeken. Het eerste was Agios Konstantinos, waar het zo hard waaide dat ik mijn iPhone met twee handen moest vasthouden. Eén onoplettend moment en mijn vakantiefoto’s waren eerder thuis geweest dan wij. Daarna stopten we bij Parastrati, een opvallend grote kerk met rode koepel tussen Olympos en Spoa. Een bord vertelde dat de kerk particulier bezit is en ter nagedachtenis aan de ouders van de eigenaar werd gebouwd.
Nauwelijks hadden we de auto geparkeerd of er gebeurde iets merkwaardigs: uit alle hoeken en gaten kwamen geiten en bokken tevoorschijn. Binnen de kortste keren stonden we midden in een complete kudde, alsof onze komst was aangekondigd. Ze moeten het geluid van de auto hebben herkend en gehoopt dat er iets te eten viel. Het had bijna iets religieus: we kwamen voor de kerk, maar werden buiten opgewacht door de voltallige parochie. En zo te zien waren de bokken de ouderlingen. Reden genoeg om door te rijden.
Terug in onze tijdelijke woonplaats gingen we lunchen bij dezelfde plek als gisteren, Mama Maria. Dit keer geen Griekse salade voor mij: de rode ui proefde ik tot gisteravond laat bij elke ademhaling. Beetje overdreven, maar je begrijpt me. Dus werd het een Caesarsalade en garlic bread. Daarna kochten we wat kleine souvenirtjes en reden we de steile helling naar het hotel op. We lagen even in het zwembad — jawel, ik heb weer mijn twintig baantjes getrokken — en gingen daarna naar de kamer, want het waaide zo hard dat ontspannen bij het zwembad geen optie was.
’s Avonds reden we die paar honderd meter naar de boulevard. Als je een rental hebt, kun je hem net zo goed gebruiken; scheelt later die steile klim. Voor het avondeten liepen we naar Nuevo, waar je achter een doorzichtig plastic scherm uit de wind kon zitten. Bij andere terrassen waaiden servetten, glazen en alles wat los lag van de tafels. Edo nam uienringen, ik feta bites: een soort oliebollen met feta binnenin en sesamzaadjes in honing aan de buitenkant. Lekker, maar veel te veel als voorafje. Daarna kozen we allebei voor een American Burger — op z’n Grieks. Ook weer veel. Uiteindelijk kregen we alles op en konden we betalen. By card.
Mensen wennen snel aan rituelen en gewoontes, en wij zijn geen uitzondering. Dus gingen we nog even naar de ijssalon voor onze dagelijkse afsluiter. Daarna met de auto terug naar het hotel. Geen geklim voor ons; de rental deed zijn best en in no time waren we boven. Nu zitten we weer gezellig op het balkon. Het eten moet nog zakken, maar die paar wijntjes helpen goed mee. Welterusten voor straks, en tot morgen.











